|
‘Als een cliënt niet meer zelfstandig kan wonen, geven wij ondersteuning bij het wonen. Een goede band met de cliënt is daarbij essentieel. Als woonbegeleider kijk ik samen met de cliënt naar alle facetten van zijn of haar leven. Wil de cliënt autorijden? Dan kijken we wat daarvoor nodig is. Een rijbewijs, geld om het rijbewijs te halen, werk om geld te verdienen, op tijd op staan om naar het werk te gaan. Samen nemen we de stappen door, maken afspraken en schrijven die op in een plan. Dat plan is echt van de cliënt: het draait om zijn of haar wensen en mogelijkheden. En dat motiveert om het plan ook uit te voeren.’
‘Ik kijk in de eerste plaats niet naar de handicap van cliënten. Ik vind het veel belangrijker om samen met de cliënt uit te zoeken hoe de cliënt zo zelfstandig mogelijk kan leven. Vaak zit ’m dat in organiseren en structureren. Het is een kwestie van de cliënt stimuleren om een actie op te splitsen in overzichtelijke deeltjes. Een voorbeeld hiervan is koken. Als een cliënt graag rode bieten met gehakt en aardappels wil eten, denk ik mee hoe hij dit geheel op tafel kan krijgen.’ Een verpleegkundige ziet men in deze organisatie als een professional. In multidisciplinair overleg met bijvoorbeeld een psychiater, een diëtist en een fysiotherapeut is de verpleegkundige een aparte discipline met een eigen taakafbakening. In zo’n overleg heb je als verpleegkundige ook een stem! De mening van een verpleegkundige telt mee!’
|
|